Landelijke samenvatting kantorenmonitor

4029 bekeken

Marktkrachten zorgen voor geleidelijk herstel van de kantorenmarkt.

De hoge kantorenleegstand van 14% gaat de komende jaren afnemen. Marktkrachten zullen geleidelijk voor meer evenwicht zorgen. De leegstand zet druk op de prijzen, waardoor nieuwbouw wordt ontmoedigd en onttrekkingen worden gestimuleerd. Daarnaast is sprake van werkgelegenheidsgroei en zullen de dalende prijzen enig opwaarts effect hebben op het ruimtegebruik in de kantorensector. Het aanpassingsproces is wel een kwestie van lange adem en de leegstand zal ook in 2020 nog niet volledig zijn weggewerkt.

Dit blijkt uit de verkenningen van de regionale kantorenmarkten door het Economisch Instituut voor de Bouw (EIB) in opdracht van het ministerie van Infrastructuur en Milieu (I&M). De verkenningen tot 2020 en 2040 zijn uitgevoerd in het kader van het landelijke Actieprogramma Kantorenleegstand.

De huidige leegstand op de kantorenmarkt in Nederland bedraagt 14%. De leegstand is geconcentreerd in de Randstad, waarbij de Metropoolregio Amsterdam zelfs een leegstand kent van 18% van de voorraad. In de overige regio's is sprake van een leegstand van 10-15%. In Zeeland bedraagt de leegstand slechts 2%. Binnen de regio's is voorts sprake van grote verschillen tussen locatietypen. De leegstand is geconcentreerd op formele, monofunctionele kantoorlocaties, terwijl de leegstand op binnenstedelijke en overige locaties duidelijk geringer is.

Per saldo bereikt de markt in 2020 een meer evenwichtige situatie. De leegstand loopt terug van 14% naar 7%. Hiervan is 5% frictieleegstand. De overige 2% is op te vatten als incourante leegstand. Deze incourante leegstand is het gevolg van de veroudering van kantoorgebouwen. Na 2020 zal een toenemend deel van de nu nog jonge voorraad technisch verouderen. Tot 2040 zal 14% van de voorraad incourant raken.

Of deze kantoren feitelijk worden gesloopt is op voorhand niet duidelijk. Wel gaat het om kantoren die in beginsel gemakkelijk kunnen worden onttrokken, aangezien deze geen bedrijfseconomische waarde meer vertegenwoordigen. Feitelijke onttrekking vindt wel plaats op aantrekkelijke locaties, hetzij via vernieuwing richting meer moderne, compacte kantoren, hetzij door herbestemming richting andere functies. In 'groeiregio's' is dit perspectief uiteraard gunstiger dan in 'krimpregio's'. Een relatief gunstige omstandigheid is dat in regio's waar de leegstand thans hoog is, de verwachte groei van de kantorenvraag relatief gunstig is.

De nieuwbouwvraag valt terug en komt in de periode 2010-2020 op jaarbasis voor heel Nederland uit op ongeveer 500.000 m2. Daarna, tot 2040, valt de vraag op jaarbasis terug naar circa 375.000 m2. Ter vergelijking, tussen 1990 en 2010 werd gemiddeld op jaarbasis nog 1,1 miljoen m2 nieuwe kantoorruimte gerealiseerd.

De nieuwbouwvraag tot 2020 wordt vooral gedreven door een toename van de kantoorhoudende werkgelegenheid en de bijbehorende ruimtevraag. De nieuwbouwvraag kent echter ook een kwalitatieve component. In de loop van de tijd verouderen kantoren en verliezen kwaliteit. In de duurdere segmenten ontstaan hierdoor kwalitatieve tekorten en ontstaat druk om nieuw te bouwen. De kwalitatieve tekorten worden na 2020 een belangrijke determinant van de nieuwbouwvraag.

Overheidsinterventies kunnen wenselijk zijn. Het aanpassingsproces vergt immers veel tijd en het kan wenselijk zijn om in sommige situaties dit proces te versnellen. Kantooreigenaren die hebben te maken met leegstand wachten met ingrijpen bijvoorbeeld op elkaar, omdat degene die de eerste stap zet het verlies voor de anderen zal beperken. Om een dergelijke patstelling te doorbreken kan coördinatie vanuit bijvoorbeeld de regionale overheden nuttig zijn.

Het is daarnaast niet gezegd dat de verouderende voorraad fysiek uit de markt wordt gehaald. Vanuit ruimtelijke overwegingen kan het wenselijk zijn dat deze voorraad fysiek wordt onttrokken. In dat geval kan beleidsinterventie - via regelgeving of via financiële prikkels - nodig zijn om de gebouwen ook daadwerkelijk fysiek te onttrekken en de publieke ruimte te herstellen of te verbeteren.

Ten slotte is in deze studie geconstateerd dat er vraag blijft naar nieuwe, hoogwaardige kantoorruimte. Kantoren verouderen in de tijd en nieuwe wensen en eisen van kantoorgebruikers doen hun intrede. Voor een goed functionerende kantorenmarkt is het belangrijk om voldoende ruimte te bieden om deze hogere kwaliteits- en duurzaamheidseisen in de toekomst te kunnen blijven realiseren.

Het complete rapport is te downloaden door hier te klikken. Inlichtingen bij Matthieu Zuidema t (020) 583 19 31 mzuidema@eib.nl

terug
Agenda
Meer »
Begrippen
  • Functionele herbouwwaarde

    Onder de functionele herbouwwaarde wordt verstaan: "het bedrag dat benodigd is voor de bouw, onmiddellijk na de gebeu...

  • Functionele vervangingswaarde

    Onder de functionele vervangingswaarde wordt verstaan: "het bedrag dat benodigd is voor het verkrijgen van naar soort...

  • Verkoopwaarde

    Onder de verkoopwaarde wordt verstaan: "het bedrag dat bij verkoop in het normale economische verkeer en uitgaande va...

Meer »
Redactie
Meer »