VKZ BLOGT: Organische ontwikkeling als pauzenummer of gamechanger?

1201 bekeken

Op 7 september 2016 vond in Pakhuis de Zwijger de sessie “Het einde van organisch ontwikkelen?” plaats. Stelling die centraal stond was of organische ontwikkeling als crisisinstrument haar langste tijd heeft gehad, of juist ook in de toekomst nog kansen biedt in gebiedsontwikkeling. Zoals vooraf al aangekondigd werd het een strijd tussen Voor- en Tegenstanders, in optima forma geïllustreerd door de column van Frank ten Have en de reactie hierop door Frans Soeterbroek.

Zijn we het wel oneens?
Gedurende de vurige discussies rees echter de vraag waarin de verschillende betogen nu van elkaar verschilden. Voor mijn gevoel waren de overeenkomsten tussen de geponeerde visies groter dan de verschillen. De huidige (binnen)stedelijke opgaven zijn in deze ‘post-crisis’ periode anders, maar organische ontwikkeling heeft wel degelijk toekomst. Ingrediënten vanuit de organische ontwikkeling zijn zelfs voorwaardelijk voor toekomstige Nederlandse gebiedsontwikkeling. 

Here to stay
Organische ontwikkeling werd tijdens de crisis aangegrepen als het enige haalbare alternatief om ontwikkeling mogelijk te maken. En, eerlijk gezegd, zo heeft het in praktijk ook vaak gefunctioneerd. Het daarmee afdoen ervan als een middel om ons door de crisis te helpen is echter te kort door de bocht. Het bleek de afgelopen jaren namelijk ook een antwoord op een veranderde context in gebiedsontwikkeling waarin de eindgebruiker in toenemende mate centraal staat, de menselijke maat steeds belangrijker wordt, flexibiliteit het codewoord is en onze ruimtelijke opgaven in toenemende mate complex worden. Deze context staat los van de crisis en organische ontwikkeling als instrument is dan ook here to stay. In de sessie op 7 september 2016 werd een groot aantal ‘opgaven voor Nederland’ genoemd. Als twee belangrijksten hiervan noem ik de woningbouwopgave waar Nederland de komende jaren voor staat, alsmede de transitie van ontwikkelen naar herontwikkelen van bebouwd gebied. Organische ontwikkeling blijft voor beide opgaven een belangrijk instrument tot succes.

Woningbouwopgave
Jeroen de Willigen illustreerde het verschil tussen aantrekkelijke en minder aantrekkelijke gebieden met de metafoor naar hoge- en lagedruk gebieden. In de hogedruk gebieden is de waardering hoog, willen mensen en bedrijven zich vestigen en willen ontwikkelaars en beleggers investeren. Mijn overtuiging is dat juist in deze gebieden gemeenten kunnen terugtrekken en zich beperken tot een faciliterende rol. Friso de Zeeuw noemde het treffend “het in toom houden van het groot kapitaal”. Bewaak de kwaliteit van het buitengebied, stel scherpe randvoorwaarden, maar biedt ook ruimte aan ontwikkeling.

Van ontwikkelen naar herontwikkelen
“We gaan van stad maken, naar stad zijn”. De tijd van grote uitleglocaties is voorbij. De komende decennia gaan om het herontwikkelen van bestaand bebouwd gebied, het toevoegen van kwaliteit, het leefbaar houden van krimpgebieden, het transformeren van industriegebieden, hoe vorm te geven aan de energietransitie en het behoud en verstevigen van mobiliteit. Deze opgaven zijn complex en kennen vrijwel zonder uitzondering vele eigenaren en betrokkenen. Geleidelijke herontwikkeling en een bottom up benadering met inachtneming van de kennis uit het gebied (een organische insteek dus!) zijn hierbij onontbeerlijk.

Organische ontwikkeling-light
We hebben grootschalige ontwikkeling nodig om tegemoet te komen aan de woningbouwopgave. We hebben daarnaast te maken met nieuwe en complexe opgaven in reeds bebouwd gebied. Organische ontwikkeling is een belangrijk instrument voor beide opgaven. Ik doel dan op een nieuwe, pragmatische, meer vrije interpretatie van organische ontwikkeling. De light-versie. Hiermee kunnen we de goede items gebruiken, zonder organische ontwikkeling te parkeren als instrument voor crisistijd. Want dan zouden we écht het kind met het badwater weggooien en voorbij gaan aan een veranderde context.

Zaligmakend?
En is het instrument van organische ontwikkeling zaligmakend? Het antwoord is nee. De ‘lagedruk gebieden’ zullen altijd een actieve rol van de overheid blijven vragen. Denk alleen al aan Rotterdam-Zuid. De grote uitdaging zit dan ook in het herkennen van het type opgave door overheden (veelal gemeenten) en het hierop aanpassen van haar rol.

Een veeleisende taak! Gezien de nationale tendens te dencentraliseren waar kan, een opgave waar gemeenten zich de borst voor kunnen natmaken.

Uitgave van: VKZ (2016)
Auteur(s): Anke van de Wiel MSc
Lees het artikel via deze link.

 

 

terug