Bij aankoop van een vervangend object het verschil tussen de betaalde, geforceerde, hogere prijs en de werkelijke waarde.
Wanneer de onteigende op korte termijn een vervangend object dient te verwerven zal hij - vanuit deze dwangsituatie - in sommige gevallen een hogere prijs moeten betalen dan de werkelijke waarde. Het verschil tussen de geforceerde hogere prijs en de werkelijke waarde wordt de 'premie uit handen breken' genoemd. Voor zover er door de onteigende een premie uit handen breken moet worden betaald, komt deze voor integrale vergoeding in aanmerking.
Bron: Onteigeningsrecht in de praktijk, IBR 2011, ISBN 978-90-78066-51-4
Wil je alleen reageren op dit artikel, dat kan hier.